Specifieke en algemene oefeningen: Hoe en voor wie?

Danneels L., Willems T. & Hodges P.

10e interdisciplinair wereldcongres over lage rug- en bekkenpijn

Oktober 2019 Antwerpen.

De populatie van patiënten met lage rugpijn is verschillend. Sommige patiënten herstellen na de eerste pijnepisode; sommige patiënten hebben recidiverende lage rugpijn en anderen hebben chronische lage rugpijn.

De auteurs ontdekten verschillen in spierstructuren en spieractiviteit tussen patiënten in deze verschillende stadia.

Bij recidiverende lage rugpijn verandert de structuur van de rugspieren. Er was sprake van vetinfiltratie. De spiervet-index (MFI) was hoger bij patiënten met recidiverende lage rugpijn dan bij patiënten in lage rugpijn remissie en was tevens gecorreleerd met de frequentie van de lage rugpijn.

Meer vet in de spieren betekent een lager contractiel vermogen.

Ook namen de multifidii in volume af in de lage lumbale niveaus (niet de erector trunci of psoas).

Spieratrofie heeft de neiging zich te herstellen, maar veranderingen in de spierkwaliteit houden aan, zelfs als de rugpijn werd opgelost.

De veranderingen die ze vonden waren:

• Fibrose.

• Vetophopingen.

• Transitie van spiervezels: van langzame naar snelle spiervezel.

De activering van diepe spiervezels (multifidii) was over het algemeen verminderd en dat vooral aan de pijnlijke kant van asymmetrische lage rugpijn.

Wat betreft behandeling van lage rugpijn:

• Tijdens de acute fase (bij recidiverende lage rugpijn) wordt best de impact van pijn (medicatie, rust, comfortbehandelingen) verminderd.

• Oefening en mobilisatie (pijnloos) kunnen ontstekingsremmende macrofaag-polarisatie bevorderen en ontstekingscytokine in de multifidii verminderen en de overgang van snelle naar langzame spiervezels bevorderen. Ook de ophoping van bindweefsel kan worden voorkomen door middel van lichaamsbeweging of mobilisatie.

• Hoewel deze fibrotische veranderingen preventief kunnen worden vermeden, is het niet zeker of beweging of mobilisatie deze veranderingen ook kunnen herstellen.

• Fysieke en weerstandstraining kan het ontstekingsproces gunstig beïnvloeden.

• Isometrische, lage belasting en tonische contracties (oefening) van de multifidii zullen de activiteit tussen de diepe en oppervlakkige spiervezels in evenwicht brengen.

Bij chronische lage rugpijn worden de structurele veranderingen in de rugspieren veel ingrijpender.

Vetafzettingen, veranderingen in de troficiteit en de lopende vezeltransitie (trage naar snelle vezels) gaan van gelokaliseerd naar gegeneraliseerd in de tijd.

Dominante neuropathische pijnmechanismen en psychosociale factoren kunnen barrières zijn voor herstel van chronische langdurige lage rugpijn.

Studies hebben aangetoond dat patiënten met chronische lage rugpijn veranderingen in perifere structuren hebben, maar ook veranderingen in de hersenstructuur en -functie. Deze veranderingen moeten ook worden aangepakt bij patiënten met chronische lage rugpijn.